De kast is te stoffig geworden, frisse lucht is een noodzaak. Het besluit is genomen, ik ga nu de deuren open gooien. Of de ramen ingooien? De tijd zal het leren…

Recente, vervelende gebeurtenissen die verder niets met het onderstaande verhaal te maken hebben, hebben mijn leven op z’n kop gezet, mij aan het denken gezet. Chaos. Heerlijke chaos waarin ik kan zwelgen, me laten meezuigen in de kolk van emoties, me verdrinken in de grootsheid van de misère. En terwijl mijn twee tieners in de woonkamer beneden luidkeels de hen toebedeelde rol in onze maatschappij beoefenen vraag ik hierboven, nog half ziek in mijn bed, mij af of ik wel verder moet schrijven.

Het is een tweespalt waarin ik regelmatig verkeer. Wetend hoe nietig en onopmerkelijk het leven is in het grote geheel, mijn leven, terugdenkend aan al die verlichte raampjes die mij voorbij schieten als ik ’s winters over de Duitse Autobahn naar Oostenrijk verkas. Al die mensen, al die levens. Zo wonderbaarlijk, groots en meeslepend en tegelijk precies zo onbeduidend als dat van mij. Waarom zou ik in een blog zo’n aandacht besteden aan mijn persoonlijke gedoe?

Vroeger als beginnend kunstenaar op de academie dompelde ik mij nog wel eens onder in die grootse tragedie, zittend in een mistroostig betonnen bushokje, starend over de grijze rivier die mijn gedachten langzaam met zich mee trok terwijl ik lurkte aan een stiekem sigaretje.

Sinds die tijd heeft mijn leven zich afgespeeld, getekend door noemenswaardige maar niet minder onbeduidende gebeurtenissen die mij gevormd hebben. Je zal dat vast herkennen, lieve lezer. Het is tot nu toe zo’n typisch mensenleven geweest waarin zoveel voorbij komt… nare zaken zoals drugs, ziekte, zelfmoord, vele begrafenissen, maar ook goede zoals vriendschap, liefde, redding en misschien zelfs wel wat wonderen (zoals bijvoorbeeld koffie).

Wanneer is het tijd om te schrijven? Waarom de moeite nemen? Maken wij, als mensen, niet allemaal hetzelfde mee op een of andere manier? Wij hechten allemaal zoveel waarde aan onze eigen belevenissen. Zoveel waarde. Wat heb ik te zeggen dat niet iedereen al weet? Het schrijven van een blog nadert narcisme, waar ik mij graag van zou verschonen.

Helaas. Ik ben een mens.

En nu, met al die chaos om mij heen, is de neiging tot relativeren verdwenen als een hagelsteen in de zomer. Met een hoofd dat kolkt zit ik weer in dat betonnen bushokje en kijk ik met lede ogen naar de wereld om mij heen.

Wanneer is het tijd om te schrijven? Juist nu, wanneer de intolerantie en harde stemmen op de voorgrond treden, niet alleen in Amerika en Engeland, maar ook hier om mij heen? Juist nu, wanneer ik mijn doorgaans zo rustige ‘zelfje’ toesta te ontploffen als een intolerante collega mijn uithoudingsvermogen tart?

Bescherm ik mezelf en de mijnen als ik mijn mond dichthoud, of juist als ik me laat kennen? Wie denk ik wel dat ik ben, meen ik dat mijn zo dramatische openhartigheid ook maar een greintje verschil kan maken?

Gelul. Ik schrijf dit omdat ik het zat ben. Ik zie hoe het geweld toeneemt in het steeds minder Great Brittain. Ik zie hoe Donald zijn Zware Jongens strategisch op het pluche stationeert. Ik zie hoe een deel van de mensheid dat in een deel van de wereld net een beetje adem kon halen nu weer zuurstof te kort dreigt te komen.

Met dat in mijn achterhoofd denk ik dankbaar terug aan de tijd in mijn leven dat een zelfde soort chaos door mijn hoofd tolde, zo’n 20 jaren geleden. De tijd dat ik opgenomen werd door een groep mensen die niet oordeelde, die de chaos deed verstillen. De tijd dat ik opeens vrij was en ik voor het eerst proefde aan wat het is om onvoorwaardelijk geaccepteerd te worden en zelfvertrouwen te hebben.

Ik kan me nog goed herinneren hoe ik in die tijd, terwijl ik hand in hand liep met mijn eerste vriendje, voor het eerst de bekende scheldwoorden naar mijn hoofd geslingerd kreeg. Mijn zelfvertrouwen torende hoog boven me uit, de wereld kon me gestolen worden. De nare taal gleed zo van me af en ik danste op de echo’s.

Maar nu, al die jaren later, gevormd door leven en ervaring besef ik dat ik de deuren van die spreekwoordelijke kast voor de buitenwereld langzaam heb dichtgetrokken. Niet langer. Als ik zie hoe mijn eigen kinderen zonder nadenken schelden met woorden die mij persoonlijk treffen, als ik zie hoe een groep geweldige, liefhebbende mensen met een steeds groter wordende angst de ontwikkelingen in de wereld ziet komen, kan ik niet langer stil zijn.

Het grotere doel ondersteunt het kleinere, want diep in mijzelf zie ik ook hoe ik al die jaren een deel heb verzwegen. Als ik vertelde over mijn vroegere liefdes dan ontweek ik altijd de maanden, jaren dat ik me met vlinders in mijn buik aan die leuke jongen uit een hogere klas vergaapte. Als mijn lievelingsfilms gevraagd werden, noemde ik nooit die films, zoals bijvoorbeeld het geweldige ‘Beautiful Thing’ of de hilarisch/tragische film ‘The Birdcage’, die misschien wel grotere impact op mijn persoontje hebben gehad dan welke andere film dan ook.

Ik schrijf dit omdat ik het zat ben. Zat om vijftig procent van mijn wezen onbewust te verbergen. Zat om mijn mond te houden wanneer er kwetsende woorden gesproken worden. Zat om stil te zitten terwijl angst, intolerantie en onbegrip de koers van de wereld bepalen.

Ken je mij wel?

Wil je me indelen in hokjes, hoewel ik daar zelf helemaal niets mee heb, noem me dan kunstenaar, of  muzikant. Noem me alles wat onder dit artikel bij mijn naam geschreven staat. Je mag daar officiëel ook bisexueel aan toevoegen. Niet dat ook maar één van die woorden echt iets zegt…

Wil je mij echt kennen? Hier ben ik dan.

Je zou mij Vincent kunnen noemen. Iemand die boos wordt als anderen benadeeld worden. Iemand die pijn ervaart bij het zien van intolerantie, racisme en egocentrisme. Iemand die liefde voelt zoals jij dat ook doet. Iemand met een diepe wens om anderen te helpen, op te vrolijken, een goed leven te geven voor zover dat in mijn macht ligt. Iemand die weinig waarde hecht aan zijn eigen persoon, maar tegelijk leeft in een wereld gevormd door precies die ene persoon. Iemand die net zoals jij, net zoals iedereen, af en toe een gigantische hork kan zijn en meestal gevangen zit in zijn eigen kader.

Maar kaders zijn er om verbreed te worden.

Narcisme? Misschien. En toch… Nu is het tijd om te schrijven. Nu is het tijd om te steunen, te vechten voor een wereld van liefde en begrip. Nu is het tijd om te garen in de chaos en er samen, hand in hand, als een feniks uit te herrijzen.

Jezus, ik voel me net Braveheart die de strijdenden toespreekt…. Let maar niet op mij.

Opmerkingen? Vragen? Kom maar op.

Geen geheimen meer. De deur staat open.